I home
      I reisverhalen
      I congo
      I matonge
      I memisa
      I helpende handen
      I flandrien
      I literatuur
      I links
      I contact

Voet aan de grond

Berensterk, zo komen we uit de tocht door de woestijn. Het gevecht met de elementen lijkt gewonnen. Wind en zand buigen deemoedig het hoofd voor zoveel fysiek geweld. Tochten van over de 100 kilometer, spieren tonen nog nadrukkelijker hun bestaan. De conditie piekt, de vorm van je leven. Wie doet mij wat? Een mug!

Niet de gevreesde malariaverspreider maar een braver broertje. Als het jeukt moet je NIET krabben, toch doe ik het. Resultaat: een minuscuul wondje. Maar de vaart van het zand schuurt elk kompres,nochtans stevig verankerd met Hansaplasttape, los. Deutsche gründlichkeit, ook niet meer wat het geweest is. Een dag na de aankomst in Nouakchott begint het te dagen: hier is iets niet pluis. Lopen gaat moeizamer. De muggenbeet is uitgegroeid tot een stevig etterende en ontstoken pijngeval. Bovendien heeft de snoodaard gezelschap gekregen van een uit de kluiten gewassen broertje. Als je vanaf de beet, net boven de rechterenkel, dwars door mijn been zou boren kom je bij wonde twee. En dan is er nog nummer drie, een oude bekende, woonachtig op de dikke teen, zelfde voet. Alle drie ontstoken. Zelfs dikke lagen van de wonderzalf Neo-cutegenol baten niet meer. Onmogelijk ook om de beestjes enige hygiëne bij te brengen. De straten van Nouakchott, de hoofdstad van Mauritanië, blinken niet van de netheid. Van de grond eten laat je hier best. Voetpaden leiden een verborgen bestaan, onder hopen troebel en mul zand, doorspekt met het nodige afval.

Wanneer humeur en mobiliteit afhankelijk worden van het aantal pijnstillers in mijn aderen, lijkt een doktersbezoek onafwendbaar. Maar ook dat is geen sinecure in een land waar een opleiding geneeskunde gewoon niet bestaat. Jaarlijks worden er wel een kleine honderd verpleegsters gevormd. Maar dat is ruimschoots onvoldoende voor een bevolking van drie miljoen. En een ongeluk komt nooit alleen, het artsenkorps is al een week in staking  Gelukkig heeft Memisa hier een project lopen en via hun contacten beland ik bij een Franse dokter. Ze nagelt mij aan de antibiotica. De hoop op beterschap gloeit. Maar mijn mooi gebronsd elegant voetje, de sandaalmotieven zorgen voor een speels element, is verworden tot een onbehouwen klomp rood gezwollen vlees. Aan bed gekluisterd, verdoofd door pijn en medicatie dood ik de dag. Ook de nacht brengt geen soelaas. Koorts zorgt voor een cynisch mooie symbiose tussen zwemmen in eigen nat en rillen op het droge. De pijn zeurt als vast onderdeel van het decor. Mijn hoopje lichaam sleept zich terug tot bij de arts. De antibiotica heeft niet ‘gepakt’. Enkele Ouguiyas armer en een nieuw voorschrift rijker kom ik buiten. Deze keer is het touch, de antibiodinges binden de strijd aan met al wat ontstoken is. Dag na dag drijven deze moedige krijgers de vijand terug, stap voor stap. Al zal het nog dagen duren voor ik zonder behulp van een stok kan voortstrompelen. Ik dank de heer op beide knietjes dat er bij de pasters, waar ik verblijf, geen Franse toiletten zijn.

De kerk van Nouakchott baadt in het groen. Het Christelijke geloof zorgt letterlijk voor een oase in de woestijn. Het is in de aanpalende gebouwen dat ik een kamertje krijg om uit te zieken. Als de deur op een kier staat kijk ik vanuit mijn bed recht in het loof van enkele groene reuzen. Een fantastisch uitzicht, zeker na twee weken desolaat woestijnlandschap. Mijn ongeduld ligt voortdurend op de loer en komt met regelmaat van de klok hevig bonken op de deur. Wat wil je, drie maanden lang, elke dag op pad, altijd in de weer. De grote wijde wereld was mijn living. Dan is een kamertje van vijf op drie, in de beslotenheid van de ommuurde pastorij wel even wennen. Om tijd en verveling te doden ga ik hier zelfs naar de mis… De antibiotica en bedrust vreten mijn zorgvuldig opgebouwde spiermassa en conditie weg. De watten waar ik in lig laten terug een buikje opkomen. De pijn sluimert naar steeds verdere uithoeken, de wonden helen tergend langzaam maar zeker. Ik verlang naar Sheherazade (mijn fiets), en het arsenaal aan verhalen dat ze nog even voor me verborgen houdt, zucht.

terug