I home
      I reisverhalen
      I congo
      I matonge
      I memisa
      I helpende handen
      I flandrien
      I literatuur
      I links
      I contact

Toubab

De wonden zijn geheeld. Gezond en wel trekken we richting Senegalese grens. Daar begint zwart Afrika pas echt. De tenten maken plaats voor hutjes van leem of stro. Bij het voorbijrijden komen er steevast kinderen aan-gerend. ‘Toubab, toubab – blanke, blanke’ roepen ze.

Toch geeft de eerste kennismaking een dubbel gevoel. In de eerste echte stad, Saint-Louis, word ik er mooi ingeluisd. Bij een paar pinten - ja eindelijk terug bier
- in een cafeetje, geraak ik aan de praat met Baba. Hij stelt zich voor als Limburger. Blijkt dat hij enkele jaren in Maastricht heeft gesleten. Het wordt gezellig, hij spreekt nog een aardig mondje Nederlands. ‘Kom anders morgenmiddag thuis een Senegalese schotel eten, mijn moeder kookt erg lekker’, klinkt het uitnodigend. Een aanbod waar ik graag op inga. Na de voortreffelijke maaltijd, toont Baba me zijn kamer en ook de aanwezige nonkel komt mee. Dan beginnen ze plots een joint te draaien. Baba vraagt of ik het plankje waar hij op zit te rollen even wil vasthouden. Op het moment dat ik dit plankje in mijn handen krijg geduwd vallen er twee flikken de kamer binnen. Op heterdaad betrapt beweren ze. Nu kunnen ze in Senegal niet lachen met het gebruik van softdrugs. Een vriend van me heeft er ooit eens twee weken voor in de bak gezeten. Ik pruttel natuurlijk tegen maar wordt toch meegenomen naar het bureau. Het is mijn woord tegen dat van hun. Uiteindelijk laten de flikken verstaan dat er voor 1000 euro wel wat te regelen valt. Na de nodige onderhandelingen, krijg ik voor 400 euro mijn vrijheid terug. Slik, de baas van de camping waar ik verblijf vertelt dat zulke praktijken wel vaker gebeuren. Die mannen werken samen met de politie. Je kan er niets tegen beginnen. Of je betaald of je kan in de gevangenis wachten op je proces.

Gelukkig heeft Senegal ook een andere kant. Op het plattenland, in de kleine dorpjes vind je wel nog de vermaarde Teranga of gastvrijheid. Op een avond strand ik in Keur Gata. Na de goedkeuring van chef Amadou Sow, kan ik blijven slapen. Maar eerst krijg ik nog een persoonlijke rondleiding en nuttig ik een eenvoudige maar lekkere maaltijd met de Chef. Rond half acht wordt het donker, erg donker, elektriciteit of zelfs een auto is er niet. De tijd heeft hier geen haast.

Kaarsen worden ontstoken en de dorpelingen zitten per familie voor hun hut. Ik lig samen met Amadou op een matje. Ik vertel over het leven in België en hij over het zijne in Senegal. Enkele van zijn twintig kinderen spelen voor tolk, want Amadou spreekt enkel Pulaar. Er is een hut vrijgemaakt, speciaal voor deze fietsende Toubab…

terug