I home
      I reisverhalen
      I congo
      I matonge
      I memisa
      I helpende handen
      I flandrien
      I literatuur
      I links
      I contact

Column 15 (Belang)

Ouagadougou, ik kom terug op krachten bij de familie Aouba. De vrouw des huizes, Fatima, werkt samen met Memisa (de ngo ten voordele waarvan deze fietstocht verloopt). Het is zij die komt aanzetten met de vraag van de nationale televisie voor een interview. De dag voor mijn vertrek ben ik een item in het journaal. Dat wordt net als bij ons, drie keer per etmaal uitgezonden. En dat zal ik geweten hebben. Passerende brommertjes toeteren en roepen dat ze me op tv gezien hebben. Achter de rampjes van een bus gaan alle duimen naar omhoog. Auto’s stoppen om een babbel of om enkele foto’s te kieken. ‘Merci et courage’ klinkt het. Mensen langs de kant van de weg beginnen spontaan te applaudisseren. Ik eindig de dag in Sapouy. Slurpend van een thee, informeer ik naar een goedkoop motelletje. Tot er een opgewonden maar vriendelijke vrouw komt opdagen. ‘Of ik al een slaapplaats heb?’, anders ben ik welkom. Een uitnodiging waar ik graag op in
ga. ‘Gisteren nog op tv en vandaag in ons huis’, kirren haar twee dochters opgewonden.

Bij het binnenrijden van de grensstad Leo staat er iemand met een motor langs de kant van de weg breed te gebaren van stop stop! Hij stelt zich voor als Amadou. De burgemeester heeft hem opdracht gegeven mij op te wachten en te begeleiden naar het stadhuis. Goed, ik volg gedwee. De burgvader heet me welkom en biedt me een slaapplaats aan. Amadou is mijn gids zolang ik in de stad verblijf. Hij zal geen seconde van mijn zijde wijken. Alle onkosten, zoals maaltijden, worden vergoed door de stad. Allee, merci dan, een beetje bekendheid heeft zo zijn voordelen. Al is het niet altijd even leuk, dat BV
-schap. Als je op restaurant een maaltijd nuttigt, en mensen komen er ongevraagd bijzitten, steeds dezelfde vragen stellend. Bij het verlaten van de stad, om 7u in de ochtend, staat er een heus uitzwaaicomité klaar, gouverneur, hoofdcommissaris en burgemeester incluis. Er wordt gespeecht:’ Wat een eer het is voor de regio en de stad dat ik gekozen heb om hier te passeren’. Ik repliceer dat de eer volledig aan mijn kant is. Na deze officiële geplogendheden laten ze me eindelijk gaan.

Het is nog 15km tot aan de Ghanese grens. Net als ik bedenk dat er nu wel vanaf ben, komt de grenspolitie aangelopen. Ze verwachtten me al. Zo was ik dus twee dagen wereldberoemd in Burkina Faso. Een artikel in de krant en een radio-interview maken de hype compleet, maar toen was ik al het land uit, nieuwe horizonten tegemoet fietsend…

terug