I home
      I reisverhalen
      I congo
      I matonge
      I memisa
      I helpende handen
      I flandrien
      I literatuur
      I links
      I contact

Fêtes des Masques

De schemering verdringt zachtjes het zonneklaar. De ogen spieden de omgeving af naar een plek voor de nacht, een dorpje of tent in de brousse? Maar dan, in het struikgewas,  een vreemdsoortig creatuur, behoedzaam rondsluipend. Misschien één van de dierlijke bewoners van deze houtsavanne? Maar er zit iets te veel kleur in de vacht en het loopt rechtop. Het is een vreemd uitgedoste mens, met een groot houten masker. Nieuwsgierig als we zijn mennen we ons stalen ros naar de kant en sluipen erachteraan.

Het vreemde schepsel leidt me recht naar het dorpje Boni
. Tussen de ronde lemen hutjes, met rieten daken, sluipen er nog meer maskers rond. Het hele dorp is verzameld op een grote open plek, rond de palaverboom. Muziek die aanvankelijk nog zachtjes de oren beroerde weerklinkt luider en sneller. Kinderen hollen opgewonden heen en weer en slaan angstkreetjes als ze een glimp van één van de maskers opvangen. De ritmes zwellen aan en een troep muziekanten betreedt de open ruimte. Ze bespelen djembés, tamtams, grote trommels, fluiten en balafons (een rij houten plankjes van verschillende grote, vanonder voorzien van bolvormige klankkastjes, je bespeelt het instrument met twee stokken). Dan komen de maskers één voor één hun kunsten vertonen. Met behulp van twee stokken maken ze de vreemdste buitelingen, draaien rond hun as, zwaaien met hun armen, spectaculair, dat zeker. Een omstaander vertelt met dat elk masker een specifieke betekenis heeft. ‘De languitgerekte slang, een masker van zeker drie meter, symboliseert de woudgeesten. En dat daar is de zot, links zie je er ééntje dat vruchtbaarheid symboliseert een ander staat voor onze overleden voorvaderen. De maskers varen enkel uit bij speciale gelegenheden. Als de dorpschef overleden is, de oogst dreigt tegen te vallen wegens aanhoudende droogte of er te weinig kinderen geboren worden in het dorp. Maar één keer per jaren vieren we het feest van de maskers, dat duurt drie dagen, vandaag is de laatste dag.’ De duisternis valt in en alle maskers dansen nu samen, steeds sneller, steeds hoger springend. De vrouwen hebben een grote cirkel gevormd en dansen rond de muzikanten en de maskers.

Onder luid gelach sluit ik me bij hen aan. Ik gooi mijn haren in de nek en stuur mijn ledenmaten naar de vier
windrichtingen. Steeds sneller, onder de opzwepende ritmes. De mannen moedigen de dansende maskers aan. En als er ééntje een spectaculaire dans uit zijn lenden schudt. Lopen ze er naar toe en steken diens armen naar omhoog. De dorpelingen vinden mijn klunzige danspasjes geweldig, roepen me toe en komen ook mijn armen de lucht insteken. Het dorpsplein is één gote vibrerende mensenzee, badend in een enorme stofwolk.

Zo dansen we samen de nacht in, alle zorgen even vergetend. Burkina Faso, een straatarm land, maar des te rijker aan cultuur!

terug