I home
      I reisverhalen
      I congo
      I matonge
      I memisa
      I helpende handen
      I flandrien
      I literatuur
      I links
      I contact

En daar is de regen 

Ghana, een land in de Angelsaksische invloedssfeer. En dat merk je. Zo maakt het stokbrood plaats voor een soort sponsachtig, zoet sandwichbrood. De begroetingen gaan gepaard met een hoofs buiginkje en ’sir’ of  erger nog het gruwelijke ‘master’. De doembeelden van het kolonialisme schieten dan door mijn hoofd. Maak er maar brother van.  Grappig ook de Engelse opschriften boven de winkels: No Jesus, no live kapsalon, Jezus is an evergreen kruidenier of No night in Zion tegels. De tocht door Ghana wordt een langzaam aan actie, mede door de overvloedige neerslag. Het regenseizoen opent de hemelsluizen en vaak is het een dagje wachten op de zon. Voordeel: gedwongen rust en welgekomen verkoeling.

Zes maanden door Afrika reizen, zonder wat wilde beesten te zien, dat kan niet. Dus gaan we even de toerist uithangen in het Mole Game Reserve. Je kan logeren in het reservaat, een prachtige locatie op een heuvelkam. Je kijkt uit over een lichtgolvende zee van groen, het lijkt wel een broccoli, maar dan opengesperd.  Roofvogels cirkelen in de lucht, loerend op hun prooi. De wandeling met parkwachter James loont de moeite, antilopen (maar voor wandelen), apen, aardvarkens en kroko’s bij de vleet. Maar de grand final blijft natuurlijk de oliefant. Jammer genoeg blijven we op onze honger zitten. Maar James leest het woud als ware het een Jommekesalbum. Gebroken takjes, zijn ogen spieden in het rond, hier is onlangs een dikhuid gepasseerd. We volgen het spoor, een waterpoel, afdrukken van een poot, een gigant  van een vers dampende drol…En daar is hij plots, langzaam brengt hij zijn logge lijf in beweging. De slurf bengelt grappig heen en weer. De heerser van het woud, wie doet deze valse trage wat? De tocht in de vlammende hitte heeft bijna drie uur geduurd, maar de confrontatie, op enkele meters, met de dikhuid maakt alles goed. Als we terug aan het basiskamp arriveren, blijkt er een hele familie van grijze reuzen te baden in de poel aan de voet van de heuvelkam. Daarvoor heb je dan drie uren lopen zwoegen. Soit, het was toch spannend.

Richting kust kruipt er meer groen in het landschap.  Felle wind is steevast de heraut van een stevige stortregen, andere neerslag bestaat hier niet. Donkere gitzwarte wolken hullen het land in een onheilspelende schaduw, een indrukwekkend steekspel van rollende en knallende donder en flitsende bliksemschichten, niet te vatten krachten vullen het zwerk. Na elke stortbui reikt de flora hoger. De lucht hangt vol zuurstof, mals, sappig en frisgroen gras groet de eenzame fietser. Palmbomen wuiven en schudden zachtjes hun zware noten. Een gelaagde groene muur omzoomt de weg. Bomen met eindeloze stammen, steken hun met loof getooide nek uit boven de groene woudmassa, op zoek naar een scheutje zon.

De kust is dan weer paradijselijk, met palmbomen getooide- melkwitte zandstranden. De idylle wordt bruusk doorbroken door de her en der verspreide slavenforten. Enigszins sprookjesachtig, duiken hun muren op aan het azuurblauwe water.  De maagdelijk witte kleur verhult hun lugubere kerkers en onnoemelijk wreed verleden. Een schandvlek, voor eeuwig aan de mensheid geketend.

Via Togo en Benin duiken we terug de francofonie in, zij het maar voor even, 48-uren transitvisa maken veel getreuzel onmogelijk. Met Nigeria nemen we een laatste echt grote horde op weg naar Kinshasa. Daarna kan het aftellen beginnen…

terug