I home
      I reisverhalen
      I congo
      I matonge
      I memisa
      I helpende handen
      I flandrien
      I literatuur
      I links
      I contact

De eindmeet in zicht

Even onder de evenaar komt er abrupt een einde aan het asfalt. Nog een kleine duizend kilometer is het tot Kinshasa. Het is holderdebolder over rode laterietwegen. Steeds zoeken naar een goed spoor. Je wordt flink door elkaar geschud. Nu, een rode loper naar de Congolese hoofdstad had ik niet meteen verwacht. Maar nog vier keer een Parijs-Roubaix voorgeschoteld krijgen toch ook niet. De dagafstanden duiken naar beneden.



Transport Public Congo Brazaville

Gelukkig vind ik troost in de drank. Palmwijn! Langs de weg zitten steevast groepjes mannen te slurpen en te discussiëren. Bij het zien van de eenzame fietser wordt er een fles omhoog gestoken. ‘Vient boire’ klinkt het uitnodigend. Het melkachtige goedje heeft een vreemde ietwat bittere smaak. Het wordt afgetapt van palmbomen. Heel eenvoudig eigenlijk. Een bamboespies wordt in de stam geslagen en zo worden flessen vol gedruppeld. Beter nog is de palmboom omhakken en schuin naar omhoog te leggen. Vanonder maak je een holte, weer een bamboespies en daaronder een jerrycan om de vloeistof in op te vangen. De laatste methode geeft meer wijn, die bovendien meer alcohol bevat. Maar je bent wel een palmboom armer.

Verbroederen bij palmwijn

Mijn rustpauzes worden er alleen maar vrolijker door. De roes verdrijft de stramheid in de spieren en ligt euforisch bestijg ik weer mijn trouwe tweewieler. De natuur schittert in al haar pracht. Het lijkt of iemand een vuurwerk van flora heeft aangestoken. Dat net na een spectaculaire ontploffing uiteenspat en dan plots is bevrozen. Fonteinen van varens spuiten naar omhoog. Kale dunne stammetjes schieten door het bladerdak de hoogte in, op zoek naar een streepje levenslicht. Boven laten ze grote vingervormige bladen naar beneden dwarrelen. Klimop dicht alle gaatjes en weeft druipstenen van groen rond hangend takgewelf.

De zon duikt als een oranje fluobal naar beneden en drijft me naar wat een hospitaal in ‘traditionele geneeskunde’ blijkt te zijn. Het bezwerend gekerm van de patiënten - ze aanroepen de voorvaderen om hulp -  houdt me uit mijn slaap. Tijdens een nachtelijke plaspauze zie ik vrouwen met wit beschilderde gezichten rond een vuur sluipen. Vreemdklinkende klaagzangen ontspruiten aan hun lippen. Ook dit ritueel moet genezing brengen. Wat een wonderlijke wereld toch.



Medicijnvrouwtje in Gabon

Zonder grote ongelukken moet ik dit weekend Kinshasa binnenfietsen. Maandag 21juli, nationale feestdag, worden er op de ambassade Belgische bieren en hapjes geserveerd. Daarvoor schakelt een mens in den vreemde al eens een versnelling hoger
.

terug